ECLI:NL:RVS:2024:4522
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 november 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 20 februari 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en overgenomen de motivering van de rechtbank, met name de onderdelen 6 tot en met 6.4 van het vonnis. Er zijn geen nieuwe vragen gesteld die aanleiding geven tot nadere motivering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.