ECLI:NL:RVS:2024:4526
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
Op 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gegrond verklaard en bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €875,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 7 november 2024 door voorzieningenrechter mr. J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.