ECLI:NL:RVS:2024:4542
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 13 juli 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde op 7 augustus 2024 het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Bovendien is de aangevoerde rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 9 september 2024. De Afdeling ziet geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De beslissing werd genomen door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.