ECLI:NL:RVS:2024:455
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 16 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin werd geoordeeld dat de tijdelijke bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd voor vreemdelingen die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven. De bescherming eindigt derhalve pas op 4 maart 2024, conform de richtlijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 augustus 2023, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00. De verdere inhoudelijke grieven van de vreemdeling behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming voortijdig te beëindigen is vernietigd en de proceskosten zijn aan de vreemdeling toegekend.