ECLI:NL:RVS:2024:4566
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrond verklaring beroep tegen last onder dwangsom en verlenging begunstigingstermijn
Het hoger beroep betreft een besluit van 21 november 2022 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom oplegde aan appellant. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep herhaalt appellant dezelfde gronden als in eerste aanleg, zonder nieuwe feiten of argumenten aan te voeren die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen ondermijnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het college in redelijkheid niet heeft afgezien van de handhaving, mede omdat er geen concreet zicht was op legalisatie van de overtreding. Hoewel het college de mentale en fysieke gevolgen voor appellant erkent, zijn er ook andere wettelijke oplossingen mogelijk. De opgelegde last onder dwangsom wordt niet als onevenredig beschouwd in verhouding tot de te dienen belangen.
Tijdens de mondelinge behandeling verzocht appellant om verlenging van de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom met vier tot zes maanden. Het college stemde in met een verlenging van maximaal drie maanden. De Afdeling besluit bij wijze van voorlopige voorziening de begunstigingstermijn te verlengen tot en met 31 januari 2025, zodat appellant de overtreding alsnog kan beëindigen zonder dat dwangsommen worden verbeurd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom wordt verlengd tot 31 januari 2025.