ECLI:NL:RVS:2024:4568
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.J.W.P. van Gastel
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens feitelijke gezinsband
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 februari 2018 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na bezwaar en beroep werd dit besluit op 4 november 2022 opnieuw bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep op 15 maart 2023 ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat eerdere uitspraken van de rechtbank uit 2019 en 2022 kracht van gewijsde hebben en dat de minister zich had moeten baseren op het oordeel dat er wel een feitelijke gezinsband bestond op het moment van binnenkomst van de partner. De minister mocht geen onderscheid maken tussen juridisch en feitelijk huwelijk zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De Afdeling verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar verklaart het hoger beroep voor het overige gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd evenals het besluit van 4 november 2022. De minister dient een nieuw besluit te nemen uitgaande van het bestaan van een feitelijke gezinsband en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 4 november 2022 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen uitgaande van het bestaan van een feitelijke gezinsband.