ECLI:NL:RVS:2024:457
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 16 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin werd geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd. Deze bescherming is immers krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden en geldt tot 4 maart 2024.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 augustus 2023. Verder veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand door een derde. De Afdeling benadrukt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen hoe de voortzetting van de bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.