ECLI:NL:RVS:2024:4577
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens toewijzing machtiging voorlopig verblijf
De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake hun asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie hun aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf ingewilligd. Hierdoor hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat vergoeding van proceskosten kan worden toegewezen indien de minister tegemoet is gekomen aan de vreemdelingen of het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins is vervallen door toedoen van de minister. Gezien de toewijzing van de machtiging voor voorlopig verblijf is aan deze voorwaarden voldaan.
De Afdeling besluit daarom de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt in verband met het hoger beroep, tot een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van € 875,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens toewijzing van een machtiging voor voorlopig verblijf.