ECLI:NL:RVS:2024:4582
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel na Dublinoverdracht
Bij besluiten van 2 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 oktober 2024 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat bij de Dublinoverdracht van de vreemdelingen aan Tsjechië het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden toegepast. Dit oordeel werd overgenomen zonder nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van algemeen belang waren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 13 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.