ECLI:NL:RVS:2024:4626
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen verbouwing voormalige bedrijfswoning in Overbetuwe
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe ongegrond verklaarde. Het verzoek van appellanten betrof handhavend optreden tegen een verbouwing van een voormalige bedrijfswoning zonder bouwvergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de lange voorgeschiedenis van de zaak betrokken, waarin al vele procedures zijn gevoerd over het pand en de naastgelegen veehouderij. De kern van het geschil is de uitleg van een eerdere uitspraak van de Afdeling uit 2012, waarin werd geoordeeld dat het college niet handhavend mocht optreden tegen de verbouwing omdat dit onevenredig was.
Appellanten voerden aan dat er nieuwe feiten zijn, zoals de hervatting van bewoning, en dat het college een beginselplicht tot handhaving heeft. De Afdeling oordeelt dat de hervatting van bewoning geen nieuw feit is en dat het college op grond van de eerdere uitspraak uit 2012 niet verplicht is tot handhavend optreden of het nemen van een nieuw besluit.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt opgemerkt dat nieuwe handhavingsverzoeken over deze verbouwing niet zinvol zijn, omdat de juridische situatie definitief is vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.