ECLI:NL:RVS:2024:466
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 16 augustus 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 oktober 2023 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 kon worden beëindigd. De bescherming loopt van rechtswege tot 4 maart 2024. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 16 augustus 2023 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 16 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 is vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.