ECLI:NL:RVS:2024:4678

Raad van State

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
202406871/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen vreemdeling in hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 17 oktober 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 15 november 2024 te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat, aangezien de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken, het passend was om bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening te treffen. Deze maatregel houdt in dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 15 november 2024 niet doorgaat totdat de voorzieningenrechter een definitieve uitspraak doet over het verzoek.

Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van € 875,00, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 14 november 2024.

Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening waardoor de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 15 november 2024 achterwege blijft en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202406871/2/V2.
Datum uitspraak: 14 november 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 17 oktober 2024 in zaak nr. NL22.17581 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 17 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 13 november 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2024 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 15 november 2024 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 15 november 2024 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Verburg
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024