ECLI:NL:RVS:2024:4735
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding beroepskracht-kindratio bij kinderdagverblijf
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 19 oktober 2021 een bestuurlijke boete van € 2.500,- en vier lasten onder dwangsom op aan een kinderdagverblijf wegens het niet naleven van de beroepskracht-kindratio op drie dagen in 2021. Een toezichthouder voerde op 27 mei 2021 een onderzoek uit, waarbij uit de personeelsroosters en presentielijsten bleek dat op 28 april, 4 mei en 12 mei 2021 onvoldoende beroepskrachten waren ingezet.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar tegen de lasten onder dwangsom gegrond en vernietigde dat deel van het besluit, maar oordeelde dat de boete terecht was opgelegd. Het kinderdagverblijf stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat de beroepskracht-kindratio was overtreden, mede op basis van het inspectierapport dat was opgesteld na het onderzoek van de toezichthouder.
De door het kinderdagverblijf overgelegde camerabeelden waren onvoldoende om twijfel te zaaien over de bevindingen van de toezichthouder. De Raad van State bevestigde dat het college in beginsel mag uitgaan van de administratie waarop het inspectierapport is gebaseerd, tenzij de betrokkene voldoende twijfel zaait. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete blijft in stand.