ECLI:NL:RVS:2024:4769
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 12 juli 2023 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een platgemaakte doos die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De doos was te herleiden tot appellant via een adreslabel. Appellant betwist niet dat de doos van hem is, maar stelt dat hij de doos correct in een overvolle papiercontainer heeft geplaatst en dat iemand anders de doos mogelijk heeft verwijderd.
De Raad van State volgt de vaste rechtspraak dat wanneer afval tot een persoon is te herleiden, die persoon in beginsel als overtreder wordt aangemerkt tenzij hij het bewijsvermoeden overtuigend ontkracht. Appellant kon dit niet, omdat zijn stellingen onvoldoende onderbouwd waren en het feit dat de doos uitstak uit de papiercontainer al een overtreding vormt volgens de Afvalstoffenverordening.
Ook het bezwaar tegen de hoogte van de kosten van bestuursdwang faalt. Het college heeft een gedetailleerde kostenberekening overlegd en appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze kosten onredelijk zijn. Daarom verklaart de Raad van State het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van het college.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.