ECLI:NL:RVS:2024:4772
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- A. ten Veen
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding covid-19 placeringseisen bij caféterras
Appellant exploiteert een café met terras in Breda waar tijdens de geldende covid-19-maatregelen bezoekers verplicht op stoelen moesten zitten. De burgemeester legde appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van deze placeringseis, nadat toezichthouders en politie constateerden dat bezoekers op het terras stonden. Appellant betwistte dit en voerde aan dat de regels niet gelden voor huisgenoten en dat niet was vastgesteld of de bezoekers samenwoonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling stelt dat de placeringseis duidelijk is en dat het niet relevant is of bezoekers huisgenoten zijn voor de vraag of zij zaten. De bevindingen in het proces-verbaal, waarin staat dat bezoekers niet zaten, zijn betrouwbaar en niet voldoende betwist.
Ook het beroep op bijzondere omstandigheden, zoals het onevenredig hard getroffen zijn door covid-19 of het feit dat de glazen niet van appellant waren, faalt. De dwangsom is proportioneel en de invordering daarvan is terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering daarvan bevestigd.