ECLI:NL:RVS:2024:4823
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel Syriër wegens bewijslastverdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 april 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de bewijslast bij de vreemdeling ligt en niet bij de minister, conform de beleidsregels voor teruggekeerde Syriërs. De minister had dit niet onderkend, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak.
Verder stelde de minister dat de individuele feiten en omstandigheden tot een ander oordeel moesten leiden, maar de Afdeling oordeelde dat dit geen aanleiding gaf tot vernietiging omdat het hoger beroep geen relevante rechtsvragen bevatte. De rechtbank had een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek geconstateerd dat eenvoudig te herstellen is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.