ECLI:NL:RVS:2024:4828
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 juli 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank heeft op 6 september 2024 het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de procedure heeft de minister de Afdeling geïnformeerd dat de vreemdeling uit eigen beweging Nederland heeft verlaten. De gemachtigde van de vreemdeling heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren of nadere toelichting te geven over het verblijf van de vreemdeling. De Afdeling concludeert hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster en griffier R.H.L. Dallinga op 25 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.