ECLI:NL:RBDHA:2024:16114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin België
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser en zijn gemachtigde zich hadden afgemeld voor de zitting. Eiser stelde dat de minister onvoldoende op zijn persoonlijke omstandigheden was ingegaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België niet kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in België.
De rechtbank overwoog dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat de minister in het bestreden besluit wel degelijk is ingegaan op de verklaringen van eiser. Daarnaast volgt de rechtbank de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat ondanks tekortkomingen in de Belgische opvang, het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat er geen fundamentele systeemfout is die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft, waardoor de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.