Uitspraak
Datum uitspraak: 7 februari 2024
BESTUURSRECHTSPRAAK
griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Dinkelland stelde op 21 december 2021 het bestemmingsplan 'Ootmarsum [locatie 1]' vast, waarin onder meer de legalisering van bijbehorende bouwwerken en wijziging van bestemmingen van percelen tegenover het perceel [locatie 1] naar 'Wonen' werd geregeld. Appellanten voerden aan dat de SVS-regeling onjuist was toegepast, dat de woonbestemming onjuist was toegekend en dat het plan te veel vierkante meters bebouwing toestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de percelen 2164 en 3211 terecht tot het buitengebied werden gerekend, waardoor toepassing van de SVS gerechtvaardigd was. De woonbestemming werd passend bevonden, mede omdat het gebruik voor het hobbymatig houden van pony’s was toegelicht en ruimtelijk aanvaardbaar was. De Afdeling verwierp de bezwaren tegen de omvang van de bebouwingsmogelijkheden en oordeelde dat de raad deze in overeenstemming met de SVS had vastgesteld.
Wel stelde de Afdeling vast dat artikel 3.4.1, onder h, van de planregels een onduidelijke verwijzing bevatte naar een niet bestaande aanduiding 'bijgebouwen', wat leidde tot strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werd dit artikel vernietigd en vervangen door een aangepaste tekst. De raad werd opgedragen dit binnen vier weken te verwerken in het elektronisch plan. Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Artikel 3.4.1, onder h, van het bestemmingsplan is vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en vervangen; de woonbestemming is passend verklaard.