ECLI:NL:RVS:2024:4898
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie wees op 16 september 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 24 oktober 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 november 2024 geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De minister is bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Hiermee wordt voorkomen dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door voortijdige uitzetting voordat de rechter inhoudelijk over het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist.