ECLI:NL:RVS:2024:495
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt.
De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd. De bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024 en de staatssecretaris dient te bepalen hoe dit aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 augustus 2023, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,00 die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.