ECLI:NL:RVS:2024:4952
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 maart 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, die op 14 november 2024 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, en het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen, en de minister was niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024 door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.