ECLI:NL:RVS:2024:5038
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 juli 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en gaf hem de opdracht de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 24 oktober 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat, gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie, het noodzakelijk was een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor mag de vreemdeling niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke volledig toerekenbaar zijn aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter in aanwezigheid van griffier N. Tibold op 5 december 2024. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens het hoger beroep beschermd en wordt de minister financieel aansprakelijk gesteld voor de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.