ECLI:NL:RVS:2024:5078
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 oktober 2024 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het hoger beroep ongegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier T.W.A. Weber op 9 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee het besluit van de minister is bevestigd.