Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische nationaliteit, heeft op 14 mei 2024 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft haar asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat uit Eurodac bleek dat zij op 17 juni 2022 al een asielaanvraag in Zweden had ingediend. Nederland stuurde een verzoek tot terugname aan Zweden, dat op 11 juni 2024 werd geaccepteerd, waarmee Zweden verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Eiseres betoogde dat het voornemen niet alle persoonlijke omstandigheden betrof, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer op Zweden van toepassing zou zijn vanwege systematische tekortkomingen in de asielprocedure aldaar, en dat er sprake is van een schending van het refoulementverbod. Tevens stelde zij dat de belangen van haar kinderen onvoldoende waren betrokken en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening onduidelijk werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen voldoende motivering bevatte en dat eiseres de gelegenheid had gehad om te reageren. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing omdat geen concrete tekortkomingen zijn aangetoond die een reëel risico op schending van mensenrechten bij overdracht aan Zweden opleveren. De toezegging van Zweden om de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen, en het ontbreken van bewijs dat klachten bij Zweedse instanties onmogelijk zijn, ondersteunen dit oordeel.
De stelling van indirect refoulement kon niet worden gevolgd omdat dit niet aan de orde is zolang het vertrouwensbeginsel geldt. Ook het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden vormt geen grond voor het aan zich trekken van de asielaanvraag. Ten slotte zijn er geen bijzondere, individuele omstandigheden die overdracht aan Zweden onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Zweden.