ECLI:NL:RVS:2024:5104
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van planschadeverzoek na toepassing stalderingsregeling in bestemmingsplan Deurne
Partijen zijn sinds 1979 eigenaar van een perceel in Deurne. In 2017 stelde de provincie Noord-Brabant een verordening vast die een stalderingsregeling bevatte, welke beperkingen oplegt aan de uitbreiding van hokdierhouderijen in aangewezen gebieden. De gemeenteraad van Deurne verwerkte deze regeling in het bestemmingsplan Buitengebied.
Partijen verzochten in 2020 om tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van hun perceel door het nieuwe bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af, gesteund op advies van de SAOZ dat de beperkingen voortvloeien uit de provinciale verordening en niet het bestemmingsplan zelf. De rechtbank oordeelde echter dat het college de aanvraag ten onrechte had afgewezen en beval een nieuwe beoordeling.
Het college ging in hoger beroep en stelde dat de verordening als schadeveroorzakend besluit geldt en dat het bestemmingsplan geen verdere beperkingen introduceert. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld. Omdat het bestemmingsplan geen nadeliger planologische positie oplevert dan de verordening, heeft partijen geen planschade geleden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van partijen op tegemoetkoming in planschade wordt afgewezen.