ECLI:NL:RVS:2024:5110
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen onvoldoende beoordeling stageproject HBO-ICT Windesheim
Een student HBO-ICT aan Hogeschool Windesheim ontving voor het vak Project Web Development een onvoldoende beoordeling (3.6) door examinatoren, ondanks positieve beoordelingen van de bedrijfsmentor tijdens de stage. De student voerde aan dat de beoordeling onzorgvuldig, onvolledig en onredelijk was, mede vanwege het ontbreken van tussentijdse feedback, inconsistenties in de beoordeling van voortgangsrapportages, en het ontbreken van de juiste kwalificaties bij de eerste begeleider.
Het college van beroep voor de examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van de student ongegrond, stellende dat de beoordeling zorgvuldig tot stand was gekomen en binnen de redelijke beoordelingsruimte viel. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste terughoudend en concludeerde dat de examinatoren niet ondeskundig waren, dat het ontbreken van tussentijdse feedback niet onzorgvuldig was omdat het portfolio te laat werd ingeleverd, en dat de stagebegeleiding adequaat was.
Verder oordeelde de Afdeling dat de goedkeuringen tijdens de stage niet impliceren dat het eindcijfer voldoende zou zijn, en dat de stelling dat de beoordeling meer op gedrag dan op inhoud was gebaseerd niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen de onvoldoende beoordeling voor het stageproject wordt ongegrond verklaard.