ECLI:NL:RVS:2024:513
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 niet voortijdig kan worden beëindigd door de staatssecretaris, maar doorloopt tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32). De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 18 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank Den Haag.
De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalt dat de staatssecretaris zelf moet bepalen op welke wijze hij het einde van de bescherming aan de vreemdeling meedeelt.
Deze uitspraak bevestigt de bindende werking van de EU-richtlijn en het uitvoeringsbesluit en waarborgt dat tijdelijke bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd zonder wettelijke grondslag.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.