ECLI:NL:RVS:2024:5174
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving tegen bedrijfsmatig houden en fokken van honden en cavia’s in strijd met woonbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde op 11 april 2023 aan verzoekster een last onder dwangsom op om het bedrijfsmatig fokken en houden van honden en cavia’s op haar perceel te staken, omdat dit niet in overeenstemming zou zijn met de woonbestemming. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit deels door het aantal toegestane honden te beperken tot vijf plus één nestje per jaar.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat het houden van de dieren geen bedrijfsmatige activiteit betrof en dat de ruimtelijke uitstraling beperkt was, passend binnen de woonbestemming. De Raad van State oordeelde dat het grote aantal dieren, ondanks het ontbreken van geuroverlast of lawaai tijdens controles, niet verenigbaar is met de woonfunctie, mede vanwege de nabijheid van andere woningen.
De Raad van State bevestigde dat handhaving niet onevenredig is en dat de begunstigingstermijn van ruim een jaar voldoende is om aan de last te voldoen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, maar de begunstigingstermijn werd met terugwerkende kracht verlengd tot zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verlenging van de begunstigingstermijn voor naleving van de last onder dwangsom.