ECLI:NL:RVS:2021:724
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit beëindiging bedrijfsmatige hondenfokkerij op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland legde appellant een last onder dwangsom op om haar bedrijfsmatige hondenfokkerij op een perceel met agrarische bestemming te beëindigen en het aantal honden te beperken tot maximaal vijf. Appellant betwistte dat het houden en fokken van honden niet als agrarisch bedrijf kan worden aangemerkt en stelde dat de ruimtelijke uitstraling beperkt is, waardoor handhaving niet gerechtvaardigd is.
De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan het begrip 'agrarisch bedrijf' niet omvatte voor hondenfokkerijen, omdat honden niet als vee worden beschouwd volgens het normaal spraakgebruik in de Van Dale. Tevens is vastgesteld dat de ruimtelijke uitstraling van het houden van 22 honden, waaronder meerdere nestjes per jaar, niet verenigbaar is met de woonfunctie op het perceel, mede gezien de nabijheid van een andere woning.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college mocht het aantal honden en nestjes beperken om verdere overlast te voorkomen. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.