ECLI:NL:RVS:2024:522
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023, gebaseerd op de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan derdelanders wordt geboden, niet voortijdig kan worden beëindigd door de staatssecretaris, maar krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming moet doorlopen tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32). De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden vonnis en het besluit van 25 augustus 2023.
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €1.750,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 februari 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.