ECLI:NL:RVS:2024:5250
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige openbaarmaking documenten Ondernemersfonds Teylingen
Op 6 november 2019 verzocht appellant het college van burgemeester en wethouders van Teylingen om openbaarmaking van correspondentie over het Ondernemersfonds Teylingen (OFT). Het college maakte op 17 juli 2020 een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar, maar weigerde delen vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer en interne beleidsopvattingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college geen meer documenten bezit, dat het belang van privacy zwaarder weegt dan openbaarheid van persoonsgegevens van niet-functionarissen, en dat persoonlijke beleidsopvattingen terecht niet openbaar zijn gemaakt. Appellant stelde in hoger beroep dat er meer documenten moeten zijn en dat de anonimisering onterecht is.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het onderzoek van het college naar documenten en achtte dit niet ongeloofwaardig. Appellant kon niet aannemelijk maken dat er meer documenten zijn. De Afdeling bevestigde dat het college het privacybelang van betrokkenen mocht laten prevaleren boven openbaarheid, ook bij anonimiseren van correspondentie tussen wethouder en raadslid. Tevens oordeelde de Afdeling dat interne beleidsopvattingen terecht niet openbaar zijn gemaakt, omdat dit de vrije interne beraadslaging zou schaden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.