ECLI:NL:RVS:2024:5272
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag 2020 ondanks betwisting motivering
De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 8 januari 2022 vastgesteld dat appellant over het jaar 2020 ten onrechte zorgtoeslag heeft ontvangen en heeft € 752,00 teruggevorderd. Appellant erkent niet dat de berekening van dit bedrag voldoende is gemotiveerd en betwist de onderbouwing van de terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit, maar dat dit gebrek door een nadere toelichting in het verweerschrift was hersteld. De rechtbank passeerde het motiveringsgebrek op grond van artikel 6:22 Awb Pro en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellant dat de totstandkoming van het teruggevorderde bedrag niet te reconstrueren is vanwege ontbrekende gegevens, met name over verrekeningen uit 2018 en 2008. De Raad van State stelt vast dat de schuld over 2018 onherroepelijk vaststaat en dat appellant geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het besluit dat deze schuld vaststelde.
De Raad van State concludeert dat de Dienst Toeslagen voldoende inzicht heeft gegeven in de berekening van het terug te vorderen bedrag en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de berekening onjuist is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 752,00 bevestigd.