ECLI:NL:RVS:2024:5281
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 17 september 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 oktober 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister meegedeeld dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft. De Afdeling concludeert hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en derhalve geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep.
Om die reden verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 19 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.