ECLI:NL:RVS:2024:5284
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks schending verdedigingsbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 8 juli 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat het verdedigingsbeginsel was geschonden doordat hij niet de mogelijkheid had gekregen om met zijn gemachtigde de kort voor de zitting toegevoegde stukken te bespreken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank de vreemdeling inderdaad had moeten faciliteren om met zijn gemachtigde te overleggen over de nieuwe stukken, ook bij deelname via videoverbinding.
Echter, de schending van het verdedigingsbeginsel leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de toegevoegde stukken grotendeels al bekend waren en de enige nieuwe informatie, een geplande vlucht, onvoldoende was om te concluderen dat de procedure een andere uitkomst had kunnen hebben.
De overige klachten van de vreemdeling werden niet nader gemotiveerd omdat deze geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en oordeelde dat de bewaring rechtmatig was en dat de minister geen proceskosten hoefde te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd ondanks schending van het verdedigingsbeginsel omdat dit geen andere uitkomst van de procedure had kunnen veroorzaken.