ECLI:NL:RVS:2016:348
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens schending verdedigingsbeginsel
Bij besluit van 5 oktober 2015 legde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 28 oktober 2015 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verdedigingsbeginsel inderdaad was geschonden, maar dat volgens het arrest M.G. en N.R. van het Hof van Justitie alleen tot vernietiging van het besluit kan worden overgegaan indien de schending daadwerkelijk de mogelijkheid tot een andere uitkomst van de procedure heeft ontnomen.
De vreemdeling had echter niet concreet aangegeven welke feiten en omstandigheden dit zouden zijn, waardoor de schending niet tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Ook was de motivering van de staatssecretaris waarom geen lichter middel werd toegepast voldoende. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, maar het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.