ECLI:NL:RVS:2024:5305
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen wijziging tenuitvoerlegging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling op 17 december 2024 gegrond en beval dat de maatregel niet langer in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) mocht worden uitgevoerd, vanwege een wijziging in het vreemdelingenbewaringsregime die volgens de rechtbank strijdig is met artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, omdat uitvoering van het vonnis zou leiden tot het overplaatsen van alle vreemdelingen uit het JCS naar andere accommodaties, waarvoor onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Dit zou onomkeerbare gevolgen hebben voor de grensbewaking en toegang tot het Schengengebied.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat het grensbewakingsbelang doorslaggevend is en verleende de gevraagde voorlopige voorziening. Hierdoor hoeft de minister de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.