ECLI:NL:RVS:2024:5309
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 30 oktober 2024 niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld, waarbij de vreemdeling vroeg om te voorkomen dat zij wordt overgedragen voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op basis van de aangevoerde argumenten niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de minister als de vreemdeling zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is daarom afgewezen en de minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 18 december 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.