ECLI:NL:RBDHA:2024:21249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag vanwege het door België afgegeven visum dat minder dan zes maanden verlopen was.
Tijdens de zitting heeft eiseres betoogd dat de minister niet op objectieve criteria heeft vastgesteld dat zij daadwerkelijk met het Belgische visum naar Nederland is gereisd. Zij verzocht om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de wijze van vaststelling van de verantwoordelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft aangenomen dat eiseres het visum heeft gebruikt, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt anders te zijn ingereisd dan met het visum. Het Visa Information System bevestigt dat het visum geldig was en minder dan zes maanden verlopen. De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.