ECLI:NL:RVS:2024:531
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 december 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat op grond van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32) de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming pas op 4 maart 2024 van rechtswege eindigt. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,00.
De staatssecretaris moet zelf bepalen hoe hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.