ECLI:NL:RVS:2024:5315
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en afwijzing schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Bij besluit van 24 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde en onbepaalde tijd van de vreemdeling opnieuw ingetrokken en geweigerd een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. Tevens is de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en is een inreisverbod uitgevaardigd.
De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond bij uitspraak van 7 juni 2024. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevat.
De vreemdeling verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling stelt vast dat de redelijke termijn in deze procedure niet is overschreden, aangezien het beroep tegen het intrekkingsbesluit van 24 juni 2022 op 19 juli 2022 werd ingesteld en de redelijke termijn van vier jaar (waarvan maximaal twee jaar per instantie) nog niet is verstreken. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunningen en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.