ECLI:NL:RVS:2024:5321
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 4 oktober 2024 de termijn van een aan een vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen het voortduren van de bewaringsmaatregel geen hoger beroep openstaat. De vreemdeling voerde aan dat het beginsel van hoor en wederhoor zou zijn geschonden, maar de Afdeling stelde vast dat de rechtbank beide partijen de mogelijkheid had gegeven om schriftelijk te reageren.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 23 december 2024.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verlenging van de bewaringsmaatregel.