Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, is sinds oktober 2023 in vreemdelingenbewaring geplaatst op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 28 november 2024.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren op voortgangsrapportages. Daarnaast stelt hij dat de overheid onvoldoende voortvarend handelt en dat de maatregel disproportioneel is geworden. De rechtbank stelt vast dat de voortgangsrapportages actueel en volledig zijn en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren.
De rechtbank constateert dat de overheid eind oktober 2024 een opschaling van de identificatiemissie in Gambia heeft ingezet, met contact op hoog niveau, waardoor er nog steeds zicht is op uitzetting. Tevens blijkt uit de dossiers dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer, onder meer door herhaaldelijk te weigeren mee te werken aan presentaties. Dit niet-meewerkende gedrag is de oorzaak van het voortduren van de bewaring.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de overheid om de bewaring voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van eiser om zijn verblijfsvergunningaanvraag in vrijheid af te wachten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.