ECLI:NL:RVS:2024:5402
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering onttrekkingsvergunning woonruimte in Den Haag
De vereniging De Besognekamer, eigenaar van panden aan het Buitenhof in Den Haag, vroeg om een vergunning om een ruimte op de tweede verdieping voor tien jaar aan de bestemming tot permanente bewoning te onttrekken. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze aanvraag op grond van het belang van behoud van de woonruimtevoorraad. De rechtbank vernietigde het collegebesluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Besognekamer ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke belangen van De Besognekamer, zoals de feitelijke inrichting van de ruimte, brandveiligheidseisen en de impact op de sociëteit. Ook was onvoldoende onderzocht of toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was. Hierdoor kon het besluit de rechterlijke toets niet doorstaan en was het in strijd met het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat bij vergunningverlening voor onttrekking aan de woonbestemming een zorgvuldige belangenafweging en motivering vereist is, waarbij ook atypische situaties en specifieke omstandigheden meegewogen moeten worden.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige belangenafweging.