ECLI:NL:RVS:2024:5415
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete voor verhuur zonder huisvestingsvergunning wegens onrechtmatig binnentreden
De appellant verhuurde sinds april 2022 een woning in Den Haag via een makelaar die aangaf dat geen huisvestingsvergunning nodig was vanwege een huurpuntenaantal boven de grens van 185. Naar aanleiding van een melding van overlast bezocht de Haagse Pandbrigade de woning in juni 2022 en constateerde dat zes personen een duurzaam huishouden vormden. Een huurpuntentelling wees uit dat het aantal punten 173 bedroeg, onder de vereiste grens, waarna het college een boete van €10.000 oplegde wegens verhuur zonder vergunning.
De appellant maakte bezwaar tegen de boete, dat door het college en de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep beperkte appellant zijn gronden tot onrechtmatig binnentreden en het verkrijgen van een huisvestingsvergunning door de huurder. De Raad van State oordeelde dat het binnentreden op 16 januari 2023 onrechtmatig was omdat het college alleen met een machtiging en zonder de juiste aanleiding binnentrad om een puntentelling uit te voeren, zonder toezicht op de gemelde overlast of brandveiligheid.
De Raad vernietigde het besluit van 16 maart 2023 en herroept het boetebesluit van 19 juli 2022, waarbij de boete op nihil werd gesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en benadrukt het belang van rechtmatige handhaving en zorgvuldigheid bij bestuursbevoegdheden.
Uitkomst: De boete van €10.000 voor verhuur zonder huisvestingsvergunning wordt vernietigd en vastgesteld op nihil wegens onrechtmatig binnentreden.