ECLI:NL:RVS:2024:5420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor verhuur woning zonder vereiste huisvestingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 15 november 2021 een boete op aan [appellant] wegens het in gebruik geven van een woning zonder vereiste huisvestingsvergunning. De woning had 124 huurpunten en een kale huurprijs van €750 per maand, waardoor een vergunning verplicht was. Op 29 september 2021 stelde de Haagse Pandbrigade vast dat de woning werd verhuurd zonder vergunning, terwijl de huurders sinds 1 mei 2021 ingeschreven stonden en geen vergunningaanvraag was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] tegen de boete ongegrond en oordeelde dat het op haar weg lag om vooraf te controleren of huurders een vergunning hadden. Het college hanteerde een boetetarief van €10.000,- vanwege bedrijfsmatige verhuur, zonder bijzondere omstandigheden voor matiging.
In hoger beroep voerde [appellant] aan dat de overtreding onvoldoende was vastgesteld en dat zij niet als functioneel dader kon worden aangemerkt. De Raad van State verwierp deze gronden, oordeelde dat zij als eigenaar en contractondertekenaar fysiek pleger is en bevestigde dat zij had moeten controleren op vergunningen. Ook zag de Afdeling geen bijzondere omstandigheden voor matiging, ondanks haar pogingen om de huurder uit de woning te krijgen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank en de opgelegde boete van €10.000,-. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €10.000,- wordt bevestigd.