ECLI:NL:RBDHA:2023:5394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde eiseres een bestuurlijke boete op wegens verhuur van een woning zonder de vereiste huisvestingsvergunning. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat het inspectierapport in strijd met haar huisrecht tot stand was gekomen, dat de boete disproportioneel was en dat zij niet bedrijfsmatig handelde.
De rechtbank oordeelde dat het huisrecht van eiseres niet was geschonden omdat zij niet zelf in het pand woonde en dat artikel 8 EVRM Pro niet vereist dat de verhuurder toestemming geeft voor betreding. Het inspectierapport was zorgvuldig en de overtreding was voldoende vastgesteld. De verhuur van zeven panden kwalificeerde als bedrijfsmatige exploitatie, waardoor het boetetarief van €10.000 terecht werd toegepast.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de kostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning wordt ongegrond verklaard.