ECLI:NL:RVS:2024:553
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 vastgesteld dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 waarin werd geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich vóór 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 augustus 2023. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00. De staatssecretaris dient de vreemdeling te informeren over het einde van de tijdelijke bescherming op passende wijze.
Deze uitspraak bevestigt dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege doorloopt tot 4 maart 2024 en dat de staatssecretaris dit niet voortijdig kan beëindigen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.