ECLI:NL:RVS:2024:566
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet voortijdig door de staatssecretaris kan worden beëindigd. De bescherming loopt derhalve door tot 4 maart 2024, de datum waarop deze van rechtswege eindigt volgens de richtlijn.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 augustus 2023. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd bevestigd dat de vreemdeling recht houdt op tijdelijke bescherming tot de in de richtlijn vastgestelde einddatum.
Uitkomst: Het besluit van 23 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.