ECLI:NL:RVS:2024:578
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege pas op 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 2.625,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De Afdeling benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.